Verslag Najaarsbijeenkomst 2010

Op 24 en 25 November 2010 organiseerde de NHV in samenwerking met Katholieke Universiteit Leuven en Leuven Sustainable Earth Research Center een workshop met als titel Grensoverschrijdende Hydrologie.

logo KU Leuven.jpg  logo LSUE.jpg

Vlaanderen en Nederland vertonen heel wat gelijkenissen, maar ook sterke verschillen, in hydrologische kenmerken, studies, organisatie van het waterbeheer, enz. Met als doel om elkaar beter te leren kennen, organiseerde de Nederlandse Hydrologische Vereniging (NHV) op 25 november 2010 i.s.m. met de K.U. Leuven een workshop in Leuven. Tijdens de bijeenkomst is geprobeerd antwoord te vinden op vragen zoals: wat zijn de verschillen en overeenkomsten?, wat kunnen we van elkaar leren?, wat verbindt ons? De volgende vakgebieden binnen de hydrologie zijn daarbij aan bod gekomen: klimaat, modellering van neerslag-afvoer, diffuse bronnen en grondwater, en gebruik van "remote sensing" data. De workshop op 25 november 2010 bestond uit lezingen en discussies, en werd voorafgegaan door een kennismakingsdiner op 24 november 's avonds. Tijdens dat diner is via korte voordrachten de organisatie van het waterbeheer in Vlaanderen en Nederland besproken, waaronder het beheer van overstromingen en laagwater, waterkwaliteitsbeheer en de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water.


direct naar de foto's

direct naar de presentaties, link naar de aankondiging en het programma

 

Verslag NHV-najaarsbijeenkomst Grensoverschrijdende hydrologie

Jan van Bakel


Op 24 en 25 november 2010 vond in Leuven de NHV- NAJAARSBIJEENKOMST 2010 plaats. Deze bijeenkomst werd georganiseerd in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven en het Leuven Sustainable Earth Research Center.

Aan het voor(avond)programma op 24 november werd door 40, voornamelijk Nederlandse, mensen deelgenomen. De deelnemers werden in de sfeervolle Faculty Club ontvangen, gevestigd in het grootste Begijnhof van Europa. Onder het genot van een werkelijk voortreffelijk diner werd in ontspannen sfeer geluisterd naar de volgende sprekers:

Van Nederlandse zijde:
Herbert Berger (Rijkswaterstaat/Waterdienst): Het waterbeheer in Nederland: een (v)luchtig overzicht
Kees Peerdeman (Waterschap Brabantse Delta): 'Vlaams-Nederlandse samenwerking op de Brabantse Wal'

Van Vlaamse zijde:

Wouter Vanneuville (Waterbouwkundig Laboratorium, Vlaamse Overheid): ‘Waterkwantiteitsbeheer in Vlaanderen'
Ook werd door zowel gastheer Patrick Willems als Wouter Vanneuville stil gestaan bij de recente wateroverlast in België. De voordrachten gaven een goed inzicht in overeenkomsten met en verschillen tussen het waterbeheer in Nederland en België.


Aan het dagprogramma op 25 november werd door 63 personen deelgenomen. Het programma was onderverdeeld in 4 blokken, met in elk blok een bijdrage uit Vlaanderen en Nederland.



1)Invloed van klimaatverandering op hydrologie en waterbeheer: welke methoden worden er gevolgd? Welke regionale verschillen worden gevonden in invloed op overstromingen en droogte?


Patrick Willems (K.U. Leuven i.s.m. KMI voor WL, INBO, VMM): ‘Invloed van klimaatverandering op hydrologische extremen in Vlaanderen'

De voordracht maakte duidelijk waarom in Vlaanderen de klimaatscenario's verder uit elkaar liggen vergeleken met die van het KNMI. Ook de voorspellingen van de toename van extreme neerslagen, waarbij een intrigerende oscillatie werd getoond met een periodiciteit van zo'n 40 jaar, waren zeer overtuigend.


De geplande voordracht van het KNMI ging niet door. Dit gaf extra ruimte voor de uitreiking van de NHV-hydrologieprijs voor de beste publicatie in de afgelopen 3 jaar aan Ruud Barthelomeus voor het artikel: Critical soil conditions for oxygen stress to plant roots: Substituting the Feddes-function by a process-based model in het J. of Hydr. Het judicium werd uitgesproken door de voorzitter van de jury: Marc Bierkens, waarna Ruud zijn prijswinnend artikel toelichtte. Lezen dus dat artikel!

2)Modellering van de ondergrond en geohydrologie: verschillen in methoden van schematisatie, van gebruik van data en parameterschatting. Wat te zeggen over grensoverschrijdende modellering?

Harry Boukes (Waterleidingbedrijf Brabant Water N.V.): 'De landsgrens als hydrologische barrière'.
Harry presenteerde resultaten van een studie waaruit bleek dat de hydrologische interactie via de diepe ondergrond met België minder is dan werd gedacht maar van een hydrologische barrière is (uiteraard) geen sprake. De oppervlaktewaterscheiding is ook min of meer de waterscheiding in de diepere ondergrond. Hooguit is er een hydrologenbarrière en het is aan ons die te slechten (het slechten is reeds begonnen met de nomenclatuur; zie modelstudie Vlaanderen en Brabant van Haskoning). In deze modelstudie is de hydrologische werking van de Belgische kanalen meegenomen (is beperkt). De reistijden zijn wel uitgerekend maar niet publicabel


Okke Batelaan (Katholieke Universiteit Leuven/Vrije Universiteit Brussel ): ‘Hydrogeologie en grondwatermodellering in Vlaanderen'

Een indrukwekkend overzicht van academisch en toegepast onderzoek in Vlaanderen van de universiteiten van Leuven, Brussel en Gent en Vito (Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek).


3)Gebruik van "remote sensing" data in de hydrologie: voor modelinvoer en parameterschatting, real-time updaten van modellen voor het waterbeheer, enz.

Remko Uijlenhoet (Wageningen UR): ‘België en Nederland hebben een neerslag-afvoerrelatie'

Remko maakt duidelijk dat deze relatie zowel fysiek als onderzoeksmatig is. Hij ging in detail in op de meting van neerslag mbv radar (en andere RS-technieken) en hoe die te gebruiken als aanvulling op/alternatief voor puntmetingen. Liever niet calibreren op neerslagmeters en als je het doet pas in laatste instantie maar liever niet. Wel enkele neerslagmeters ter verificatie handhaven.


Niko Verhoest (Universiteit Gent): ‘Gebruik van afstandswaarnemingen in hydrologische modellen'

Presentatie van geavanceerde toepassing van data-assimilatietechnieken bij gebruik van radarwaarnemingen van bodemvocht. De resultaten van een verkennende studie tonen aan dat informatie over verschillende types onzekerheid (en die zijn voor deze waarnemingen groot) kan worden aangewend om een ruimtelijke gedistribueerd model te updaten. De geïnteresseerde wordt aangeraden de ppt nog eens goed door te nemen want de materie is zeker geen lichte kost.


4)Diffuse bronnen: af- en uitspoeling van nitraat en pesticiden vanuit de landbouw naar het grond- en oppervlaktewater en hun invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit.

Rikje van de Weerd (Arcadis): ‘Integraal water- en nitraatmodel Heuvelland. Koppeling van een uitspoelingsmodel en een geohydrologisch model voor Zuid-Limburg'

Doel van de studie was onderzoek naar kosteneffectieve maatregelen om de grondwaterkwaliteit te verbeteren. Uitgevoerd met relatief eenvoudig grondwater- en transportmodel met begrenzing in België en Duitsland. Hydrologisch droge en natte jaren zijn meegenomen maar niet verschillen in infiltratie als gevolg van verschillen in maaiveldshelling. De voornaamste conclusies: studie geeft inzicht in bepalende factoren en mestwetgeving is zinvol.


Jan Diels (K.U. Leuven): ‘Modellering van nitraatuitloging in Vlaanderen'

Centrale vraag in de presentatie: heeft differentiatie naar gewassen, bodemtextuur en hydrogeologische zone zin voor evaluatie van de nitraatresidunorm (debiet gewogen). Aan de hand van veel metingen en gebruik makend van grondwaterstandsmetingen en daarvan afgeleide intrekgebieden is de conclusie dat de procesfactor voor grondwater zeer variabel. De procesfactor voor oppervlaktewater moeilijk te voorspellen. Edoch, inspanningen kunnen beter worden geconcentreerd in nitraatgevoelige gebieden. Opvallend waren de grote regionale verschillen in procesfactoren voor grondwater en oppervlaktewater.

We kunnen terugzien op een zeer geslaagde bijeenkomst waarbij het nuttige (kennis delen) en het aangename (kennis maken/lekker eten en drinken) op een mooie manier samenging. Met mij waren veel Nederlandse hydrologen onder de indruk van het niveau waarop in Vlaanderen Hydrologie en Waterbeheer wordt bedreven. Duidelijk meer academisch van aard en dat proefde je ook in de voordrachten. Jammer dat de opkomst vanuit de Vlaamse overheidsinstanties (m.n. Vlaamse Milieumaatschappij) wat tegenviel, want er zitten veel hydrologen bij overheidsinstanties die nog inhoudelijke klussen doen (iit Nederland).

De formule (met name het onderdeel Diner met voordrachten en Stappen na afloop) leent zich zeker voor herhaling.

In het bestuur zal verder worden besproken hoe de samenwerking met Vlaamse hydrologen vorm zal worden gegeven. Ideeën zijn welkom. In de jaarvergadering komen we hierop terug.

Bekijk de foto's van de najaarsbijeenkomst
Hieronder een overzicht van de presentaties: