Stromingen 1996
Filter op nummer

Inhoudsopgave / / 1996 - 4

Inhoudsopgave

Lees artikel
Redactioneel / / 1996 - 4

Redactioneel

Lees artikel
Artikel / Wim de Lange / 1996 - 4

Waarom zijn kD-waarden rondom pompstations altijd hoger

Toen ik jaren geleden begon met het modelleren van het Noord-Nederland model van NAGROM (het NAtionaal GROndwater Model van Rijkswaterstaat), viel mij de typische verdeling op in het doorlaatvermogen rond pompstations in Groningen (figuur 1, uit Grondwaterplan Groningen, 198.). De transmissiviteit loopt bijna als in concentrische cirkels op van ca. 4000 mz/d tot ca. 7000 m2/d nabij de winningen. Omdat mij hetzelfde ook opviel op diverse plaatsen in het toenmalige Grondwaterplan Drenthe (19851, ben ik gaan zoeken naar een mogelijke verklaring voor dit verschijnsel.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / C.H. van Immerzeel / 1996 - 4

Een eenvoudige methode voor de voorspelling van het concentratieverloop van een conservatieve stof in opgepompt grondwater

Voor het voorspellen van het concentratieverloop van een conservatieve stof in opgepompt grondwater wordt vaak uitgegaan van stroombaanberekeningen met numerieke grondwatermodellen. Per stroombaan wordt dan het concentratieverloop in de tijd bepaald. Door het combineren van de gegevens van alle stroombanen ontstaat een voorspelling van het concentratieverloop in het opgepompte grondwater. De bovenstaande methodiek is tijdrovend, met name wanneer het verwerken van de stroombaangegevens handmatig wordt verricht. In dit artikel wordt het programma WELCONA gepresenteerd dat aan bovenstaand bezwaar tegemoet komt. Het programma WELCONAgaat uit van stroombaanberekeningen met een algemeen gebruikt analytisch programma, AQ-AS (RIVM, 1989). De ruimtelijke verdeling van de initiële concentraties in de ondergrond kunnen bij WELCONA nauwkeurig worden ingevoerd. Bovendien kan met WELCONA het effect van dispersie en retardatie op het concentratieverloop worden berekend. De mogelijkheden van het programma WELCONA worden gedemonstreerd aan de hand van twee voorbeelden. Het eerste voorbeeld betreft een toepassing in het kader van de haalbaarheidsstudie 'Diepinfiltratie Lettele' (IWACO, 1995). Het tweede voorbeeld heeft betrekking op een grondwatersanering in Uiterburen (NACO, 1993). Het laatste voorbeeld geeft aan dat met deze snelle en eenvoudige methode goede resultaten kunnen worden behaald.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / A.B. Pomper / 1996 - 4

Schatting van doorlaatfactoren uit boorbeschrijvingen

In een vorig artikel in STROMINGEN (Pomper en Weerts, 1996) werd een pleidooi gehouden voor intensivering van het onderzoek naar methoden voor doorlatendheidsbepalingen. Naast een beschrijving van meetmethoden, werd ook schatting van k-waarden aan de hand van boorbeschrijvingen, kort genoemd. Een uitvoeriger beschrijving van de methode werd in het vooruitzicht gesteld. Bij dezen dus!

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / L.W. Dekker, C.J. Ritsema / 1996 - 4

Preferente stroming en vochtpatronen in waterafstotende zavel-, klei- en veengronden

Meststoffen en andere chemicaliën blijken vaak sneller in het grondwater terecht te komen dan modellen voorspellen (Steenhuis e.a., 1995). De meeste van deze modellen zijn namelijk gebaseerd op de veronderstelling dat de bodem homogeen is, het water in de onverzadigde zone verticaal infiltreert en het vochtfront evenwijdig is aan het bodemoppervlak. In werkelijkheid stroomt het water vaak via preferente stroombanen door de bodem. Preferente stroming heeft diverse oorzaken en kan in nagenoeg alle gronden optreden. In dit artikel wordt naar voren gebracht dat regenwater zich in zavel-, klei- en veengronden niet alleen snel naar de ondergrond verplaatst door scheuren en gangen, maar dat ook een ongelijkmatige bevochtiging van de bovengrond plaatsvindt, waardoor vochtpatronen in de matrix van deze gronden ontstaan.

 … lees verder
Lees artikel
Reactie & weerwoord / J.C. van Dam & Adriaan Volker / 1996 - 4

Brieven, Reactie en weerwoord op ''Tekortkomingen in het hydrologisch onderzoek als oorzaak van mislukkingen in het waterbeheer'

Lees artikel
Reactie & weerwoord / J.C. van Dam / 1996 - 4

Brieven

Reactie op: 'Tekortkomingen in het hydrologisch onderzoek als oorzaak van mislukkingen in het waterbeheer', door Adriaan Volker in Stromingen (2) 1996, nr 1

 … lees verder
Lees artikel
Verslag / Harry Boukes / 1996 - 4

Congresverslag

Verslag van de bijeenkomst uit de Middagcyclus 'Waterbeheer en m.e.r.', Thema 'Drinkwaterwinning'. Georganiseerd door KIVI en VVM, maandag 21 oktober.

 … lees verder
Lees artikel
Hatsi-KD / Kees Maas / 1996 - 4

Hatsi-kD 15 tm 17:: Waar kies ik de modelrand?

Lees artikel
Hatsi-KD / Kees Maas / 1996 - 4

Hatsi-kD 15 tm 17: Afstand modelrand

Lees artikel
Boekbespreking / J.J. de Vries en M. van der Valk / 1996 - 4

Meerdere boekbesprekingen

Lees artikel
Overig / / 1996 - 4

Waterdicht

Lees artikel
Inhoudsopgave / / 1996 - 3

Inhoudsopgave

Lees artikel
Redactioneel / / 1996 - 3

Redactioneel

Lees artikel
Artikel / J.J. Olie en F.A. Weststrate / 1996 - 3

Monitoring van grondwaterkwaliteit

Ervaringen met onbetrouwbare bemonsteringen. Binnen het vakgebied van de grondwaterhydrologie is het een historisch gegroeid feit dat peilbuizen en waarnemingsputten geplaatst worden in geboorde gaten. Het doel van de peilbuizen is in de eerste plaats de stijghoogte van watervoerende pakketten te kunnen bepalen. Bovendien kan de hydroloog de opgeboorde grond visueel beoordelen op textuur en op doorlatendheid. Vooral het visueel kunnen beoordelen van de grond heeft de toepassing van wegdrukbare peilbuizen en sondes zoals de piezoconus en de doorlatendheidssonde voor het bepalen van de in situ doorlatendheid gehinderd. Daarnaast speelt ook een rol dat de wegdrukbare systemen een beperkt dieptebereik hebben. Dat met toepassing van bentonietspoeling vrij gemakkelijk 70 m -mv in Boomse klei haalbaar is, doet er niet toe als dieptes gehaald moeten worden van 100 m of meer. Bij drinkwaterwinning zijn deze dieptes gebruikelijk en in dat kader is sonderen slechts een beperkte oplossing.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / Kees Maas / 1996 - 3

Over het golfkarakter van het dispersieproces (1)

In dit artikel maak ik aannemelijk dat dispersie niet een parabolisch (diffusie-achtig) proces is, zoals gewoonlijk wordt aangenomen, maar een hyperbolisch (golf-achtig) proces. Daartoe introduceer ik een subtiele maar cruciale variant op de wet van Fick, de grondslag van de klassieke dispersietheorie. Deze aanpassing verhelpt een vreemde tekortkoming van het bestaande dispersiemodel, namelijk dat er deeltjes tegen de stroom in bewegen.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / P.B. Worm, P.J.T. van Bakel / 1996 - 3

Bestrijding van de verdroging in het Lage Raamgebied

In noordoost Brabant, op de overgang van Peelhorst naar Venloslenk, zijn de mogelijkheden voor verdrogingsbestrijding onderzocht. Het onderzoek is gebaseerd op integrale modellering van het gebied door een koppeling van een hydraulische modelcode aan een geohydrologische modelcode, in dit geval respectievelijk DUFLOW en MODFLOW. Deze koppeling is voor hellende gebieden, in combinatie met een uitgebreide hydrologische schematisatie, minder eenvoudig gebleken dan tot nu toe in diverse artikelen geschetst is. De problemen bij de koppeling zijn met name het gevolg van beperkingen van de gebruikte hydraulische modelcode. Doordat de waterlopen in het studiegebied voornamelijk drainerend zijn en daardoor een redelijk beheerst peilverloop gedurende het jaar kennen, kon met een eenzijdige koppeling toch voldoende resultaat behaald worden. Het artikel probeert collega-hydrologen te wijzen op de mogelijke problemen bij modelkoppeling en tevens te beargumenteren waarom de uiteindelijke gehanteerde eenzijdige koppeling te verdedigen is door beschrijving van het hydrologische systeem in het onderzoeksgebied.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / J. Lankester, K. Maas / 1996 - 3

Vegetatiekundige standplaatsen met impulsresponsies

De Technische Universiteit Delft doet in samenwerking met Kiwa Onderzoek en Advies een onderzoek naar een nieuwe methode om vegetatiekundige standplaatsen te karakteriseren aan de hand van het grondwaterregime. De hypothese is dat een grondwaterafhankelijk vegetatietype zich het best ontwikkelt op plaatsen waar de grondwaterstand op een voor dat vegetatietype karakteristieke manier reageert op een plotselinge aanvulling (impulsrespons). Deze aanpak beoogt een verbetering op te leveren van de zogenaamde duurlijnmethode, die bij Kiwa en ook elders gehanteerd wordt voor ecologische effectvoorspellingen. In dit artikel wordt de grondslag van dit onderzoek uitgelegd en tevens worden resultaten gepresenteerd van een eerste deelonderzoek, waarin de impulsrespons van een standplaats op een geheel nieuwe manier wordt gerelateerd aan de geohydrologische gesteldheid. De methode blijkt uitstekende perspectieven te bieden voor standplaatsen in zogenaamde lineaire systemen, dat wil zeggen: systemen waarvan het afwateringsstelsel niet verandert in de loop van het jaar. Voor niet-lineaire systemen werkt de methode in de hier voorgestelde vorm slecht, zodat verder onderzoek gewenst is.

 … lees verder
Lees artikel
Reactie & weerwoord / Marc Bierkens / 1996 - 3

Brieven

Commentaar op het artikel 'Een nieuw transportmodel voor verontreiniging in het grondwater'

 … lees verder
Lees artikel
Verslag / Hans Hooghart / 1996 - 3

Fosfaatbelasting via kwel in diepe polders

Verslag workshop 'Fosfaatbelasting via kwel in diepe polders'

 … lees verder
Lees artikel
Hatsi-KD / Kees Maas / 1996 - 3

Hatsi-kD 12 tm 14: Een gebied is verdroogd als de grondwaterstand door peilbeheer te laag is.

Lees artikel
Boekbespreking / Harry Boukes / 1996 - 3

Meerdere boekbesprekingen

Bespreking van het boek 'Van Bodemkaart tot informatiesysteem'

 … lees verder
Lees artikel
Overig / / 1996 - 3

Waterdicht

Lees artikel
Inhoudsopgave / / 1996 - 2

Inhoudsopgave 1996-2

Lees artikel
Redactioneel / Stromingenredactie / 1996 - 2

Redactioneel

Lees artikel
Artikel / Harry Boukes / 1996 - 2

De eerste stappen in de vierde dimensie

In het verleden zijn er rond pompstation Budel nooit overdadig veel gegevens verzameld. Bij een studie naar de toekomstige waterkwaliteit van het pompstation is het daarom van belang de gegevens die er wel zijn zo eficiënt mogelijk te benutten. Dit betekent onder meer dat er een goed beeld moet bestaan van de herkomst van het water dat recent en in het verleden onttrokken is. Op pompstation Budel is het onttrekkingsregime de laatste jaren nogal eens veranderd, waardoor ook het stromingsbeeld aan veranderingen onderhevig is geweest. Om die veranderingen in kaart te brengen, is er een instationair 3-0 strorningsmodel ontwikkeld. De eerste resultaten geven een soms verrassend nieuw inzicht in de stromingssituatie, en sluiten op het eerste gezicht beter aan bij de waargenomen kwaliteitsontwikkeling dan de stationaire schematisatie. In dit artikel wil ik u laten kennis maken met begrippen als een groeiend herkomstgebied, en hoop ik een aanzet te geven tot een verklaring waarom nieuwe pompputten beter water leveren dan oude, maar dat de kwaliteit onherroepelijk slechter wordt. Nadat we eind jaren tachtig de 2-0 schematisatie hebben ingeleverd voor de 3-0 benadering, zouden we nu wel eens aan het begin kunnen staan van een periode waarin we rekening kunnen houden met de vierde dimensie (tijd) en de variaties daarin.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / Theo Olsthoorn / 1996 - 2

Dichtheidsberekeningen met een standaard grondwatermodel

Grondwaterstroming bij variabele dichtheid kan uitstekend worden uitgerekend met een standaard grondwatermodel, zoals MODFLOW (Maas en Emke, 1988). De berekeningen worden vereenvoudigd door gebruik te maken van de zoetwaterstijghoogte in plaats van druk, en van de hydrostatische zoetwaterstijghoogte in plaats van hydrostatische druk. Dit artikel laat aan de hand van de eenvoudig voorbeeld zien hoe dit werkt. Het voorbeeld wordt gecontroleerd aan de hand van de analytische oplossing. En passant wordt de mathematische definitie gegeven van omgevingsstijghoogte, die dient om de verticale stroming te berekeningen bij variabele dichtheid Wan de Eem, 1992). De aanpak is niet beperkt tot uitsluitend doorsneden zoals het geval is bij methoden die zich baseren op de stroomfunctie (Van den Akker, 1982 en Olsthoorn, 1992) of aangepaste methode van Konikow Bredehoeft (Van der Eem, 1992). Uitgewerkt voor een MODFLOW-modelrooster waarbij de cellen in een laag in hoogte mogen variëren, wordt de methode momenteel grootschalig toegepast in het grondwatermodel van de Amsterdamse Waterleidingduinen. Wanneer men met name geïnteresseerd is in de stroming in het zoete deel van het model is de aanpak extra aantrekkelijk, aangezien de resultaten, de zoetwaterstijghoogte en de volumestromen, daar zonder enige wijziging of correctie direct bruikbaar zijn.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / A.P. Bot / 1996 - 2

Een aanzet tot een geohydrologische typologie

Vraag een hydroloog naar de beste manier om de grondwaterstand weer omhoog te krijgen en hij zal antwoorden: dat hangt van de situatie af. Vervolgens blijkt dat het niet zo eenvoudig is om die 'situatie'te beschrijven. Tegen dat probleem liepen we aan bij het ontwikkelen van een methode voor een globale voorselectie van maatregelen tegen verdroging, Nationaal Onderzoekprogramma Verdroging, thema NOV 14, die door de schrijver dezes in opdracht van de STOWA werd uitgewerkt. Omdat de voorselectie globaal en eenvoudig uit te voeren moest zijn, gold dat ook voor de beschrijving van de 'situatie'. Zo werd als bijprodukt van NOV 14 een hydrologische typologie ontworpen. Ondertussen is duidelijk dat op veel meer plaatsen behoefte is aan een dergelijke typologie. Waarschijnlijk zal daar de komende jaren stevig aan worden gewerkt. Hier volgt een aanzet waar anderen wellicht op voort kunnen borduren. Vooral een verdere kwantificering van de typekenmerken zou een stap vooruit zijn. Ook is de toepassing van de typologie in de praktijk nauwelijks getoetst.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / Louis W. Dekker & Coen J. Ritsema / 1996 - 2

Zwammen in de weide

Drentse boer ontdekt heksenkring' was de kop van een artikeltje in de Telegraaf van woensdag 14 juli 1993. Veehouder M. Bakker trof de gigantische cirkel met een doorsnede van 12 m in zijn weiland aan in het Drentse gehucht Bunne. Op dezelfde plek had hij vier jaar eerder ook al zo'n heksenkring waargenomen. De cirkel bestond uit een 30 cm brede strook waarin het gras iets geel verkleurd was en waarin grote witte, tot 15 cm hoge paddestoelen uit de grond schoten (figuur 1). Deze heksenkring groeide in korte tijd uit tot een toeristische trekpleister. De bezoekers droegen de meest fantastische verklaringen aan voor het ontstaan ervan. Uit de literatuur blijkt dat de meeste van deze wonderlijke verhalen stoelen op oude overleveringen en mythologie. De auteurs hebben in deze heksenkring een groot aantal grondmonsters genomen om de onderlinge relaties tussen de zwammen, de mate van waterafstotendheid van de grond en het bodemvochtgehalte te onderzoeken. De resultaten hiervan worden in dit artikel besproken.

 … lees verder
Lees artikel
Reactie & weerwoord / John Lambert, Majid Hassanizadeh & Harry Boukes / 1996 - 2

Brieven, reactie en weerwoord op 'Doorlatendheidsmetingen: absolute noodzaak of luxe uit het verleden ?' & 'Dispersie bestaat niet'

Lees artikel
Verslag / Michael van der Valk / 1996 - 2

Bijeenkomsten: Verslag van de 4e Micro-Fem gebruikersdag 12 april 1996, De Reehorst, Ede

Lees artikel
Hatsi-KD / Kees Maas & Jan van Bakel / 1996 - 2

Hatsi-kD 8 tm 11: Grondwaterstand in droge jaren in zandgebieden

Lees artikel
Boekbespreking / Mark Bakker & Ed Veling / 1996 - 2

Meerdere boekbesprekingen

'Analytic Element Modeling of Groundwater Flow' (Haitjema) en 'Advective-Dispersive Contaminant Transport towards a Pumping Well' (van Kooten)

 … lees verder
Lees artikel
Boekbespreking / Marc Bakker & Ed Veling / 1996 - 2

Meerdere boekbesprekingen

'Analytic Element Modeling of Groundwater Flow' & 'Advective-Dispersive Contaminant Transport towards a Pumping Well'

 … lees verder
Lees artikel
Overig / / 1996 - 2

De hydrologische grootheid 'Ernst'

Lees artikel
Overig / Harry Boukes / 1996 - 2

Waterdicht

Lees artikel
Inhoudsopgave / / 1996 - 1

inhoudsopgave 1996-1

Lees artikel
Inhoudsopgave / / 1996 - 1

inhoudsopgave 1996-1

Lees artikel
Redactioneel / Stromingenredactie / 1996 - 1

Redactioneel

Lees artikel
Artikel / A.B. Pomper & H. J .T. Weerts / 1996 - 1

Doorlatendheidsmetingen: Absolute noodzaak of luxe uit het verleden

Zo lang hydrologen de stroming van het grondwater bestuderen, worden ze geconfronteerd met het probleem van de bepaling van de verzadigde doorlatendheidl van de ondergrond. Vele meetmethoden zijn in de loop van de jaren ontwikkeld en-vaak naast elkaar-toegepast. Dit artikel laat een aantal van de gebruikte methoden de revue passeren, uitmondend in een beschouwing over het bepalen van doorlatendheden van grondmonsters. Daarbij gaat het er vooral om of het uitvoeren van dergelijk onderzoek in de huidige tijd van bezuinigen wel absoluut nodig is of dat volstaan kan worden met eenvoudiger en vooral goedkoper onderzoek. De vraag is dan of met eenvoudiger onderzoek de kwaliteit wel gegarandeerd wordt. Doel is een discussie in gang te zetten over de toekomstige behoefte aan doorlatendheidsonderzoek en het maken van afspraken met betrekking tot standaardmethodes.

 … lees verder
Lees artikel
Artikel / Louise Wipfler, Ed Veling & Kees Maas / 1996 - 1

Een nieuw transportmodel voor verontreiniging in het grondwater

Wanneer een verontreinigende stof in de bodem komt, blijfl deze meestal niet op één plaats; de stof zakt eerst uit naar het grondwater en wordt vervolgens meegevoerd onder invloed van de aanwezige grondwaterstroming. Kennis over deze verplaatsing en verspreiding is nodig om goede beslissingen te kunnen nemen over eventuele sanering of monitoring. Bij het berekenen van het transport in de bodem worden transportmodellen gebruikt. Hieronder zal een nieuw model worden beschreven dat het transport van opgeloste stoffen in het grondwater berekent op basis van gegeven stroombanen. Het model is een verbetering op de oude wijze van berekenen; de nieuwe berekeningsmethode geeft, in tegenstelling tot de oude methode, een duidelijke begrenzing van de vervuiling. Daarnaast worden de concentratiecurven in het nieuwe model beschreven op basis van algemeen gedefinieerde bodemparameters. Het model is hierdoor consistenter van opbouw en is voor alle watervoerende pakketten bruikbaar. Het model bouwt voort op eerder werk van Strack en Maas en is in tegenstelling tot hun benadering gericht op toepassing op veldschaal. Uit toetsing aan de hand van een grootschalig tracerexperirnent in Denemarken blijkt dat het nieuwe model goede resultaten oplevert. Voor toepassing in Nederland zijn meer gegevens over de verdeling van de lokale doorlatendheden in de Nederlandse watervoerende pakketten nodig. Deze zijn nog niet beschikbaar. In dit artikel zal allereerst worden ingegaan op de algemeen toegepaste oude berekeningsmethode en de tekortkoming daarvan. Vervolgens zal een theoretische onderbouwing worden gegeven van het nieuwe model. Het tracerexperiment, de toetsing en de resultaten van deze toetsing zullen daarna achtereenvolgens worden besproken.

 … lees verder
Lees artikel
Essay / Harry Boukes / 1996 - 1

Diskussie, dispersie bestaat niet

Lees artikel
Essay / A. Volker / 1996 - 1

Tekortkomingen in het hydrologisch onderzoek als oorzaak van mislukkingen in het waterbeheer

dan de andere hulpwetenschappen die bij het ontwerpen van werken ten dienste van het waterbeheer toegepast worden, zoals de hydraulica en de toegepaste mechanica. Voordien moest ten aanzien van de hydrologische aspecten veelal gebruik worden gemaakt van ervaring & empirische regels en intuïtie en traden herhaaldelijk mislukkingen en tegenvallers op. Doch ook heden ten dage komen tegenvallers voor bij waterbouwkundige projecten als gevolg van tekortkomingen in het hydrologisch onderzoek. In deze bijdrage worden drie voorbeelden gegeven die betrekking hebben op de problemen van zoet en zout water in kustgebieden. Het eerste voorbeeld is dat van de afsluiting van de Braakman in 1952 waarbij één van de doelstellingen was het scheppen van een reservoir met zoet water. De verwachting was dat na de afsluiting ontzilting zou optreden van het water in het afgesloten bekken evenals dat na de afsluiting van de Zuiderzee was opgetreden. Inderdaad werd ontzilting geconstateerd naaar deze bleek slechts gedeeltelijk te zijn en het water bleef brak. Onderzoek wees uit dat de oorzaak van deze mislukking lag in het optreden van kwel in het reservoir van zout grondwater. Deze kwel was opgewekt door de verlaging van het reservoirpeil beneden het gemiddelde zeepeil. Het uitblijven van een volledige ontzilting trad ook op in het tweede voorbeeld, dat van de afsluiting van een estuarium, Songei Jurong, op het eiland Singapore. Hier waren de geohydrologische omstandigheden niet de oorzaak van de mislukking, maar een onjuist beheer waarbij om het reservoir door te spoelen telkenmale zeewater werd binnengelaten dat moeilijk te verwijderen bleek. Tenslotte worden de mislukte proeven behandeld die destijds op het Noordzeekanaal zijn genomen om het zoute water nabij de bodem van het kanaal te mengen met het bovenliggende zoete water teneinde het zout gemakkelijker te verwijderen.

 … lees verder
Lees artikel
Reactie & weerwoord / Kees Maas, M.Th.J.H. Smits & Willem Jan Zaadnoordijk / 1996 - 1

Brieven, reacties op: 'Zettingen bij grootschalige ingrepen in de grondwaterstroming'

Lees artikel
Verslag / Hans Hooghart / 1996 - 1

Bijeenkomsten: 'Integraal waterbeheer en internationale samenwerking'

Lees artikel
Hatsi-KD / Flip Witte / 1996 - 1

Hatsi-kD 7: Gebieden hebben minder last van verdroging naarmate ze beter van Rijnwater voorzien kunnen worden

Lees artikel
Boekbespreking / Jos van Dam / 1996 - 1

The water budget of heterogeneous areas. Impact of soil and rainfall variability'

Lees artikel
Overig / Harry Boukes / 1996 - 1

Waterdicht

Lees artikel